Ravensbosch krijgt sportveld dankzij Staatsmijnen

 

 

 

 

 

 

 

Na de tweede wereldoorlog was Zuid Limburg weer net als in de crisisjaren ervoor helemaal in de ban der Staatsmijnen. Maar er werd niet alleen volop proganda gemaakt
om ‘gast’-arbeiders van buiten Limburg te werven. Ook aan de eigen bevolking en aan het eigen personeel wilde men laten zien dat de Staatsmijnen meer was dan alleen een werkgever.

Direct na de oorlog werden heel wat verenigingen in Limburg opgericht. Verenigingen die reeds bestonden bloeiden als nooit tevoren. Klooster Ravenbosch profiteerde mee met wat Staatmijnen het personeel had te bieden. Zo werd op Ravensbosch een voetbalveld aangelegd en op 25 augustus 1946 tijdens een Sportdag in gebruik genomen. Niet in het programma meegenomen maar wel zichtbaar aanwezig was fanfare St. Clemens uit Arensgenhout. Op de foto rechts die aan het begin van dit bericht staat en die gepubliceerd werd in het maandblad Steenkool van oktober 1946 is op het onderste plaatje van de drie duidelijk het vaandal van St. Clemens zichtbaar. Overigens werd fanfare St. Clemens opgericht in 1934 en was men in de oorlogsjaren niet actief. Direct na de bevrijdiging werden de instrumenten weer tevoorschijn gehaald en profiteerde men mee van het bloeiende vereningsleven in Zuid-Limburg. Ook in het Limburgsch Dagblad werd via een advertentie eenieder opgeroepen de opening van het sportveld met kantine op Ravensbosch bij te wonen. Maar daarnaast was er ter vermaak van de gastarbeiders nog wel meer te beleven op Ravensbosch. Zoals gezegd de Staatsmijnen was er veel aan gelegen om het de gastarbeider naar hun zin te maken. En ook om de buitenwereld te laten zien dat men tot meer bereid was dan alleen broodheer te zijn. Men realiseerde zich ook dat een goede beeldvorming over Staatsmijnen door buitenstaanders zijn vruchten zou afwerpen bij de werving van nieuw personeel.