Gezellenhuis Ravensbosch

Na de oorlog werd een gedeelte van klooster Ravensbosch gebruikt voor de huisvesting van gastarbeiders. Mensen die naar Limburg kwamen om te werken in de steenkolenmijnen. In 1987 verscheen in De Geulrand een artikel over vier Branbanders die in Arensgenhout en omgeving meer vonden dan alleen maar zwart goud.

In de landelijke en regionale dagbladen werden wervingscampagnes gestart. Er was een groot tekort aan steenkool.

Steenkool was hard nodig voor een vlotte wederopbouw van Nederland. Maar ook, zo berichtte Het Nieuwsblad van het Zuiden op dinsdag 29 januari 1946, was steenkool van groot belang voor de volksgezondheid. “Er wordt ’s winters koude geleden, wat de gezondheidstoestand grootelijks schaadt en het sterftecijfer verhoogt. Ik heb in het Noorden des lands onlangs verschillende menschen gezien die doodgewoon niet uit hun bed kwamen vanwege de koude. Als verantwoordelijk beheerder kan ik zooiets voor den volgenden winter niet dulden” aldus Ir Dr Ch Th Groothoff Hoofddirecteur der Staatsmijnen in het hierboven genoemde artikel.

In 1937 behaalde men in Limburg een steelkoolproductie van 14 miljoen ton kolen. Tijdens de eerste oorlogsjaren kwam er een terugval in de productie van 7%.  Na 1943 daalde de winning van steenkool met de helft. Onder andere als gevolg van sabotages en andersoortig verzet, zoals een algemene staking. Hetgeen weer door de bezetter beantwoord werd met executies. Na de oorlog verlieten duizenden mijnwerkers de mijnen. Zij waren er namelijk niet vrijwillig gekomen maar te werk gesteld door de bezetter. Er kwam dus een groot tekort aan arbeidskrachten. Het personeelstekort werd onder ander opgevangen door gestrafte collaborateurs en andere gevangenen. In 1944 had de Staatsmijnen 29.000 mensen in dienst. In 1945 waren dat er 27.0000 en in 1946 28000. Bij de werving van nieuwe mijnwerker in 1946 werd geschat dat men ministens 4000 man extra nodig had. Gelet op dit grote aantal werd niet alleen in Nederland maar in heel Europa geworven. Er kwamen dan ook veel mijnwerkers uit Zuid Europa en Afrika. De vooroorlogse productie werd ondanks alle inspanningen zoals werving personeel en modernisering van de steenkoolwinning niet meer gehaald. In 1952 was een naoorlogs topjaar met een steenkoolproductie van 12.500.000 ton.

 

 

 

 

 

Maar ook de mijnwerker werd openlijk in de perspublicatie van 29 januari 1946 opgeroepen de kantjes er niet vanaf te lopen. Zie uitsnede uit publicatie van Het Nieuwsblad van het Zuiden dat destijds in Tilburg en omgeving werd uitgegeven.

In januari 1946 werd klooster Ravensbosch ingericht voor de huisvesting van 350 arbeiders. Deze opvang van gastarbeiders bleef tot eind 1948. Daarna vertrokken zij naar De Dem in Hoensbroek.
Klik op de foto’s voor een vergroting.
Door de tag klooster te gebruiken komt u meer te weten over klooster Ravensbosch. U kunt ook zoeken op een combinatie van woorden.