Arensgenhout onder stroom

Op maandag 21 augustus 1922 werd door de Stroomverkoopmaatschappij (voorloper van de PLEM) het laagspanningsnet van Arensgenhout onder stroom gezet. Twee jaar nadat de gemeente Hulsberg een besluit had genomen tot aanleg. Er werden in het begin slechts die gebieden voorzien van elektriciteit waarvan werd verwacht dat zij rendabel zouden zijn. De reden waarom het in het gehucht Kleingenhout  duurde tot eind 1948 voordat men werd aangesloten op het laagspanningsnet. Alle pogingen van de Kleingenhoutenaren vooraf ten spijt.  Klooster Ravensbosch werd in 1928 aangesloten op het laagspanningsnet. Op hoeve Heihof duurde het tot 1957 alvorens zij  werden aangesloten. Dit gebeurde onder de voorwaarde dat de familie Vossen zelf de palen moesten betalen. 

In 1927 deelde de Stroomverkoopmaatschappij de inwoners van Klein Arensgenhout mede alleen te willen overgaan tot aansluiting indien met kon garanderen voor een bepaald bedrag stroom af te nemen. In 1947 werd de eis anders geformuleerd. Niet de afname van stroom maar een 100% deelname werd als eis gesteld.

De aanwezigheid van  een bovengronds laagspanningsnetwerk betekende nog lang niet dat er straatverlichting was of kwam. Straatverlichting werd sporadisch op onveilige plekken, doorgaans bij gevaarlijke kruisingen van wegen, geplaatst. Men was uit kostenoverweging terughoudend met plaatsen. In 1925 kostte het laten branden van 4 lampen de gemeente 100 gulden aan stroom op jaarbasis. Een voornemen bijvoorbeeld van de gemeenteraad van Hulsberg om in 1927 op de hoek Diepestraat Mesweg een straatlamp te plaatsen haalde het vanwege de hoge kosten niet. De Stroomverkoopmaatschappij berekende voor deze plaatsing 132.03 gulden.  Zelfs ruim tien jaar later werd uit kostenoverweging terughoudend omgegaan met het plaatsen van straatverlichting. In augustus 1939 verwierp de gemeenteraad van Hulsberg een verzoek om op de hoek Diepestraat – Kattestraat (huidige Ravensboschstraat) een straatlantaarn te plaatsen.

Om de stroomvoorziening van hoog- naar laagspanning te brengen werd op de driesprong Ravensboschstraat – Peter Mullensweg een transformatorhuisje gebouwd. Halverwege de jaren zeventig verdween dit gebouwtje en de aangrenzende volkstuintjes om plaats te maken voor de aanleg van het Wethouder Daamenplein. Het transformatorhuisje, in hartje Arensgenhout, deed ook dienst als reclamezuil en als hangplek voor jongeren. In juni 1934 prijkte op het transformatorhuisje een anonieme oproep om in Arensgenhout een eigen fanfare op te richten. Op 17 juni 1934 werd hiertoe in café Van Oppen aan de Ravensboschstraat 14 besloten. Op het Wethouder Daamenplein staat nu op enkele meters afstand van de daadwerkelijke plek een schaalmodel van het transformatorhuisje geplaatst naar aanleiding van het 75 jarig jubileum van de Arensgenhoutse fanfare.  Het oude transformatorhuisje werd bij de sloop vervangen door een modernere versie en ligt aan het doodlopend gedeelte van de Peter Mullensweg.

Op 19 augustus 1920 werd het voorstel tot aanleg van een electrisch net besproken in de gemeenteraad van Hulsberg. Het college werd gemachtigd een contract af te sluiten met de Stroomverkoopmaatschappij (Maatschappij tot verkoop van den electrischen stroom der Staatsmijnen in Limburg opgericht op 3 september 1909). Daarnaast wordt op hetzelfde moment groen licht gegeven voor het aanbesteden van de aanleg van een gemeentelijk laagspanningsnetwerk. De financiering wordt verkregen door een obligatielening tegen 6%. Al een maand later verleent de minister een vergunning aan de gemeente voor de aanleg van een electrisch net voor licht en kracht. Op 6 september 1921 wordt bekend dat het bouwen van een laagspanningsnet en het maken der huisinstallaties is gegund aan dhr Eijmael te Valkenburg.  In mei 1923 wordt elektricien Albert Rijckers aangesteld om het gemeentelijk electrisch net te onderhouden. Het electrisch bedrijf van de gemeente Hulsberg draaide in 1923 een verlies van 5.814.08 gulden. Om het aantal aanslutingen en het gebruik van elektriciteit te bevorderen werden door de Stoormverkoopmaatschappij, gevestigd in Maastricht, demonstraties gehouden met allerlei huishoudelijke elektrische apparaten. Zoals op zondag 28 en maandag 29 juni 1925 in Hulsberg. De belangstelling om de apparaten in werking te zien was er wel maar het prijskaartje voor de aanschaf ervan was niet weggelegd voor een doorsnee gezin. De exploitatie van het gemeentelijk laagspanningsnetwerk loopt niet naar wens. Om kosten te besparen wordt in 1924 zelfs een besluit genomen om de straatverlichting in de maand april niet te gebruiken. In 1925 komen gesprekken op gang die uiteindelijk leiden tot de verkoop van het gemeentelijk electrisch bedrijf aan de leverancier van de stroom de SVM (Stroom Verkoop Maatschappij).

Klik op de foto’s voor een vergroting.