Van katteputje tot waterleiding

Limburger Koerier 10 december 1921: Oprichting van de Watermaatschappij Zuid Limburg. Vijf jaar na dato kreeg Arensgenhout de beschikking over waterleiding.In 1926 kreeg men in Arensgenhout de beschikking over waterleiding. Voor deze tijd werd water gehaald aan de put.  Jammer genoeg is er (nog) geen beeldmateriaal beschikbaar van een van die putten.  In tegenstelling tot de aanleg van (aard)gas en riolering werd iedere inwoner van Arensgenhout en Kleingenhout meteen de mogelijkheid geboden aan te sluiten.  Zelfs klooster Ravensbos en hoeve Heihof sloten meteen aan op de hoofdwaterleiding.

Er lag een put precies tussen de boederijen Dolmans Diepestraat 16  en Vaessen Diepestraat 20. De linkerpoort was er in die tijd nog niet. Men kon tussen de boerderijen door lopen om aan de put water te halen.

Een put lag aan de Kleingenhoutersteeg een tiental meters verwijdert van de Kampstraat . Direct op de hoek van het kruispunt Kleingenhoutersteeg/Kampstraat lag een schuur die deel uitmaakte van de hoeve Kampstraat 20. In het verlengde van deze schuur richting Kleingenhout lag de put die eigendom was van de familie a Campo.

Links naast de hoeve Kampstraat 20 lag ook een waterput. Deze was eigendom van de familie Van der Linden.  Ook de hoeve aan de Diepestraat 10 had de beschikking over een waterput.

De bewoners van Kleingenhout haalden het water achter de huidige manege Ravensbosch. ‘Het Katteputje’ in de volksmond lag in de vloedgraaf bij een natuurlijke bron waar de Kattebeek ontspringt. De namen als Putveld en Putweg houden de herinneringen aan het ‘katteputje’ levend.

De gemeenten Maastricht 1887  en Roermond 1898 hadden een particulier waterleidingnet. Heerlen kreeg in 1889 het eerste gemeentelijke waterleidingbedrijf. Het eerste particuliere waterleidingbedrijf werd in 1905 in het Geuldal (Valkenburg en Meerssen) opgericht. In Oostelijk Zuid-Limburg kwamen tussen 1910 en 1920 openbare waterleidingbedrijven. Gelijktijdig probeerde men in deze periode ook het platteland te voorzien van waterleiding. Aanvankelijk mislukte dat.

In het najaar van 1919 werd door Proviciale Staten van Limburg besloten een NV in het leven te roepen voor de aanleg en de exploitatie van een waterleiding in de 57 gemeenten van Zuid Limburg (beneden de gemeente Echt). Door het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening werd een berekening opgemaakt. Op 9 december werd officieel de Waterleiding Maatschappij voor Zuid Limburg opgericht met een maatschappelijk kapitaal van 7 miljoen gulden. De start was moeizaam aanvankelijk 23 gemeenten onthielden zich bij de oprichting van deelname. De ingebruikname van de watertoren te Schimmert (architect Wielders) op 30 juni 1927 zag men als verwezenlijking van het plan tot de oprichting en exploitatie van de Waterleidingsmaatschappij waaraan op dat moment 17 gemeenten en de provincie Limburg deelnamen.

Op zaterdag 6 september 1924 besluit de gemeenteraad van Hulsberg 118.000 gulden te lenen bij de Rijksverzekeringsbank te Amsterdam voor de aankoop van aandelen in de Waterleiding Maatschappij voor Zuid-Limburg.  In 1925 werden de transportleidingen gelegd. In iedere deelnemende gemeente werd door de Waterleiding Maatschappij een informatiebijeenkomst gehouden over de voorwaarden voor de levering van water. In Hulsberg was deze op zondag 4 juli 1926. Meteen in dezelfde maand werd begonnen met de huisaansluiting op de waterleiding. Medio september werden de deelnemende huishoudens in Arensgenhout en Kleingenhout allen aangesloten.  Men ging voortvarender te werk dan bij de aanleg van de gas- en elektriciteitsvoorziening en riolering. Zelfs de nogal afgelegen hoeve Heihof en klooster Ravensbosch werden meegenomen.  Aansluiting was op vrijwillige basis. Wel nam de gemeenteraad in oktober 1927 het besluit dat nieuwe woningen aangesloten moesten worden op het waterleidingnet.

Begin jaren 50 werd de productiecapaciteit verhoogd en de transportleidingen uitgebreid. De behoefte aan water nam toe. Mede veroorzaakt door de opkomst van warmwatertoestellen en wasmachines in de huishoudens. Gaandeweg worden medio tweede helft van de 20e eeuw de ‘witte vlekken’ (onrendabele gebieden) voorzien van waterleiding. In Arensgenhout kende men geen enkele witte vlek.   Particuliere, gemeentelijke en openbare waterleidingbedrijven gingen op in de provinicale watermaatschappijen voor Zuid-Limburg en Noord- en Midden Limburg. Zij fuseren op 1 juli 1973 onder de naam WML (Waterleiding Maatschappij Limburg). In 2002 wordt het gemeentelijk waterleidingbedrijf van Maastricht overgenomen en is de drinkwatervoorziening in Limburg geheel in handen van de WML.

Klik op de foto’s voor een vergroting.