Van riool tot riolering

Tussen 1946 en 1950 wordt in een groot deel van de gemeente Hulsberg, waaronder ook in een klein deel van Arensgenhout, riolering aangelegd. De aanbesteding van de rioleringsplannen voor Arensgenhout, door de gemeenteraad van Hulsberg, vindt plaats in juni 1946. Het gaat in Arensgenhout om de aanleg van riolering in de Kampstraat en de Grote Steeg (huidige Kleingenhoutersteeg tussen de Kampstraat en de Ravensboschstraat). Het duurde tot halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw alvorens Kleingenhout de beschikking kreeg over riolering. Dit kapitaalswerk werd opgenomen in de gemeentelijke begroting van 1956. Een enkele ‘witte vlek’ in Arensgenhout wordt hierbij meegenomen. Tevens wordt in 1956 een rioleringsplan opgesteld voor de kernen Arensgenhout en Kleingenhout. In 1962 kwam er een nieuwe fase waarbij wederom een gedeelte van de kern Arensgenhout werd aangesloten op de riolering.

Arensgenhout en Kleingenhout zijn de enige kernen van de gemeente Nuth die van oudsher hun afvalwater en regenwater afvoeren via de Kattebeek in de Stoepert richting De Geul. Ter bescherming van het oppervlaktewater komt in 1962 de aanleg van een zuiveringsinstallatie in de Stoepert ter sprake. Hiervoor werd een terrein van 2000 vierkante meter aangekocht. Het duurt tot halverwege de jaren zeventig alvorens klooster Ravensbosch een deel van de Diepestraat en Ravensbos op de riolering van Arensgenhout wordt aangesloten. Hoeve Heihof moest wachten tot de eeuwwisseling en heeft sedert 2000 de beschikking over een persriolering. Voor de komst van de riolering werd het afvalwater via natuurlijke afwatering of via aangelegde goten langs de weg afgevoerd richting Kleingenhout en deels de Stoepertweg en Sittarderweg om uiteindelijk terecht te komen in de Kattebeek. Klooster Ravensbosch loosde het afvalwater op de grote vijver in het Ravensbos waarna het verder stroomde via de Strabeek. Waar geen goten waren verdween het water rechtstreeks de grond in. Om de (onverharde) wegen in de hellingen en dalen moddervrij en begaanbaar te houden werden deze met een zo dik mogelijke laag kiezel bedekt. In beer-, zink- of gierputten werden de faecaliën opgevangen. Deze putten werden doorgaans door de boeren in de buurt geledigd om als mest te worden uitgestrooid over de akkers. In dicht bevolkte stedelijke gebieden gebruikte men aanvankelijk een zogenaamd wisseltonnensysteem. Bij dit systeem deed men zijn behoefte boven een beerton. Deze werd eens in de zoveel tijd omgewisseld voor een schone ton. De volle tonnen werden opgehaald door zogenaamde beerwagens. Doordat de toeristenplaats Valkenburg als kleinste gemeente van Nederland, in oppervlakte welgesproken, al begin jaren 20 begon met de aanleg van riolering werd de gemeente Hulsberg in deze plannen al snel tegen wil en dank lotgenoot. Immers het gebied vanaf de Reinaldstraat was Hulsbergs grondgebied. Op dit grondgebied lagen de nodige hotels en het oudste spoorwegstation van Nederland. Na de nodige weigeringen van de gemeente Hulsberg om medewerking te verlenen aan de rioleringsplannen van Valkenburg kwam het er begin jaren 30 van de vorige eeuw toch van. De Reinaldstraat, Stationsweg, Nieuwe Weg en de Kattebeekstraat kregen riolering. Op 1 oktober 1940 volgde de annexatie van dit gebied door Valkenburg. In 1933 werd in de Bovendorpstraat in Hulsberg riolering gelegd. Samen met ingrijpende wegverbeteringen en uitbreidingen kwam er in Hulsberg door de jaren heen een web aan rioleringsbuizen te liggen. In oktober 1949 kondigt de gemeente Hulsberg aan om in 1950 over te gaan tot het heffen van een rioolbelasting omdat het grootste gedeelte van de woningen zou zijn aangesloten op de riolering. De belasting bedraagt 5 procent van de belastbare opbrengst der gebouwde eigendommen die aan of in de onmiddellijke nabijheid van de riolering zijn gelegen. Hulsberg loost via de zuiveringsinstallatie (1958) in de Wissengracht op de Hulsbergerbeek. Werd in 1946 de eerste rioleringswerken in Arensgenhout aanbesteed voor een bedrag nabij de 17.000 gulden. In 1963 werd een bedrag gereserveerd van 200.000 gulden. In 1969 wordt de Mesweg ingrijpend gereconstrueerd en wordt in deze straat eveneens riolering gelegd. In de tweede helft van de jaren zeventig wordt ook de Diepestraat vanaf de bebouwde kom tot aan de Ravensbos voorzien van riolering. Ook de woningen op de hoek Ravensbos (gemeente Valkenburg) met de Diepestraat worden in dit plan meegenomen.

De aanleg van riolering voor klooster Ravensbosch is een verhaal op zich. De afvalwatering van het klooster liep tot in de tweede helft van de jaren zeventig via de vijver in het Ravensbosch richting Strabeek. Toen, vermoedelijk begin jaren zestig, de afvalwatering overging in riolering ontstond er een enorme verontreiniging van het water in de vijver en de Strabeek in het Ravensbos. Voor zover deze er al niet was. Halverwege de jaren zestig wilde men dit probleem aanpakken door te experimenteren met de bouw van een kleine zuiveringsinstallatie in het Ravensbos. Dit plan mislukte. In de bronnenrijke en dus drassige bodem van het Ravensbos verzakte het bouwwerk, terwijl ook het systeem van zuivering niet klopte. Er moest gezocht worden naar een andere oplossing. Deze werd gevonden doordat de gemeente Hulsberg een verbindingsriool aanlegde tussen het klooster en Arensgenhout. In de tweede helft van de jaren zeventig (vermoedelijk 1976) werd Ravensbosch op dit riool aangesloten. Na de gemeentelijke herindeling in 1982 werden er aan het eind van de tachtiger jaren, begin negentiger jaren uitgebreide rioleringsplannen opgesteld voor onderhoud, uitbreiding en vervanging. Zo werd in 2009 in Arensgenhout in de Diepestraat en Kampstraat bij de reconstructie van deze wegen nieuwe riolering gelegd.

Klik op de foto voor een vergroting.